Het Kerstverhaal

06-12-2017 07:00

 

Een helder licht scheen in de nacht,

het was een zeldzame sterrenpracht,

aan de nachtelijke hemel,  scheen deze ster

zo mooi, zo helder en zo ver…

 

De ster stond recht boven een stal,

Jozef en Maria waren daar al,

met hun pas geboren, lieve kleine jongen,

waar de ezel en de os zich verdrongen,

om het kindje te zien en van blijdschap wat sprongen.

 

Ook anderen kwamen om het kind te zien;

de herders uit het veld, was er iets bijzonders misschien?

Wat schaapjes keken nieuwsgierig naar binnen,

naar het kindje, gekleed in een doek van linnen.

Het lag in de kribbe, op het zachte hooi,

en was zo lief, zo klein en zo mooi!

 

Het licht van de ster, die zo helder scheen,

lokten ook de drie koningen daarheen..

Wat het licht betekende, wisten zij wel,

en de drie koningen feliciteerden het stel

Jozef en Maria met de geboorte van het kind,

en waren hun goedgezind…

 

Jozef vertelde aan de herders en de drie koningen,

dat er gebrek was aan woningen

en dat ze heel lang hadden gezocht,

met het kindje in aantocht,

totdat ze niet meer konden lopen,

maar gelukkig was deze staldeur open.

 

Maria vertelde van haar droom, of was het echt?

Van de engel Gabriël en wat die haar had gezegd,

ze zou een kindje krijgen en gaf het een naam.

Jezus moest het gaan heten en zo is het gegaan…

 

De drie Koningen hadden elk iets meegebracht,

kostbare wierook, mirre en balsem zo zacht,

daarna vertrokken zij weer, in de donkere nacht.

Hun taak was volbracht;

iedereen moest het horen,

het kind van de vrede was geboren!

 

Einde