Wieb en Poes en hoe het begon, 1

17-10-2015 22:30

 

Wieb en Poes

 

“Hallo, ik ben Wieb en vroeger stond ik boven, daar,

tussen de lavalamp en de Boeddha, op het dressoir.

Ik zat de hele dag op mijn schommelstoeltje te wiebelen,

maar na zeven jaren begon het bij mijn baasje te kriebelen.

 

Ze zei: “ Wieb, ik kan je niet meer zien,

ik moet afscheid van je nemen misschien.”

Ze stopte mij weg, als een oud vod,

onderin de donkere kast, dat was mijn lot.

“Zo, zei ze, jij bent me niet meer tot last!”

 Toen werd het donker in de kast….

Maar wat ze niet wist is, dat ik kan lopen,

ik duw gewoon de kastdeur van binnenuit open.

Ook bezit ik, neen, het is geen grapje,

een heel handig “tovertrapje.”

 

Laatst had ik me verstopt achter het dressoir,

stil en onzichtbaar.

Het was midden in de nacht,

in het donker heb ik gewacht,

totdat ik Poes hoorde lopen,

toen ben ik stil achter het dressoir vandaan gekropen.

Ik riep “Boe!” en wiebelde raar,

poes schrok zich helemaal naar.”

 

Poes vond mij maar gemeen en wilde mij pakken,

maar ik zei: “Sorry, ik wilde je alleen maar een poets bakken.”

Later begon ze me aardig te vinden,

we werden hele dikke vrinden.

Nu zit Poes ’s nachts te wachten op mij,

en beleven we spannende avonturen,

van poes word ik helemaal blij,

ik hoop dat onze vriendschap nog lang mag duren.

 

Soms klim ik nog wel eens bovenop de kast,

en ga zitten in mijn oude schommelstoeltje,

kon mijn baasje mij nu maar zien, dan dacht ze vast:

Die Wieb heeft toch best wel een lief smoeltje….

Maar dat zal wel niet gebeuren,

dus moet ik mijzelf maar opbeuren.

en met een goede vriend zoals Poes,

is het snel gedaan met de “schommelstoelblues!”

 

Einde