Wieb gaat op reis, 9

08-03-2016 22:20

Wieb gaat op reis

 

Op een avond in de stal,

Poes voelde het al,

zegt Wieb met een glimlach:

“Poes, ik hoop dat je me vergeeft op een dag,

maar ik heb er zin in,

ik trek de wijde wereld in”

 

“Morgen ga ik op pad,

naar de zee en naar de stad.

Ik wil graag iets van de wereld zien!

Lieve Poes, ik hoop dat je me begrijpt misschien.”

 

Poes jammert: “Maar jij bent mijn allerbeste maat,

de allerbeste die er maar bestaat,

miauw, wat moet ik nou toch doen?

Wie geeft mij nu een nachtzoen?”

 

“Prrrr,” doet Poes,

en weg is ze pardoes.

Wieb loopt haar achterna.

“Poes, niet boos zijn dat ik wegga!”

 

“Poes, ik houd van jou,

maar ik moet echt gaan nou.

Misschien ben ik snel weer terug,”

en hij aait Poes over haar rug..

 

Wieb neemt een koffer en zijn toverladdertje mee,

hij wil graag naar de stad en naar de zee.

“Dag lieve Poes, ik kom vertellen hoe het er is,

misschien dat ik me vergis, dat het niet leuk is,

Ik ken alleen maar de boerderij,

daarvan word ik niet meer zo blij..”

 

Dag Poesje lief, ik moet nu echt gaan, tabee!

Loop je nog een stukje met me mee?

 

Poes zwaait Wieb nog lang na,

en denkt: die zie ik vlug weer terug,

reken maar van ja!

 

Einde