Uk gaat op vakantie, 19

14-07-2016 19:05

Afscheid voor even

 

“Hallo!”  roept Uk en loopt de schuur in.

“Poes en Wieb, waar zijn jullie?”

“Ssst!!” roep Wieb, “en denk toch aan de boer en boerin,

anders kunnen we nooit meer spelen met zijn drie!

Zij mogen toch niet weten van mij?!”

Poes knikt en miauwt en Wieb kijkt niet blij…

“Natuurlijk niet,” zegt Uk, “ze zijn er even niet,

en natuurlijk wil ik niet dat ze jou zien, deugniet,

want anders is het afgelopen met de pret!

Neen, ik zorg wel dat ik oplet….”

 

Uk aait Poes en verteld dat hij op vakantie gaat,

met zijn mama en papa, de boerin en boer,

maar Poes en de andere dieren, niet zomaar achterlaat,

en er een oppas komt, dat is van zijn papa een broer…..

Wieb schrikt weer en Poes miauwt; “Je hebt hem toch niet over ons verteld?”

“Natuurlijk niet,” zegt Uk weer, “ik vind dat je je nu aanstelt!

Ik ben toch niet zo dom, om dat te vertellen!

stelletje totebellen!”

“Oom Heiko is lief voor alle dieren, hoor.

Jij kent hem toch al Poes? Je bent een druiloor…”

 

Wieb geeft een zucht van verlichting..

“Och,” zeg hij, “het is toch zo’n naar ding,

altijd maar in het geniep te moeten leven,

soms zit ik wel eens te beven.”

“Maar vandaag niet,” zegt Uk vrolijk, “er is nu toch niemand,

kom, dan kunnen we lekker van alles spelen

en gaan we naar buiten, spelen in het zand

en  bouwen we grote zandkastelen!

Ik haal voor jullie een ijsje uit de vrieskast,

dat lusten jullie vast!”

 

Als ze bezig zijn verteld Uk waar hij heen gaat op vakantie.

“We blijven een weekje daar,

ik zal jullie wel missen hoor, we spelen altijd zo fijn met zijn drie…”

Maar vakantie is ook heel fijn, dat is zeker waar.

 

“Morgenochtend vertrekken we,” zegt Uk,

“Héééél vroeg, want papa zegt, het verkeer is zó druk.

We gaan met de auto, het is niet zo heel ver hoor..”

Poes kijkt nu een beetje als een kniesoor.

 

Uk zegt: “Voor je ’t weet ben ik weer terug,

echt, de tijd gaat heel vlug.

Kop op nou hoor, niet zo sip,

dat staat echt niet hoor, Poes je hebt een pruillip!”

Nu moeten ze alledrie lachen! en Uk zegt, Hey,

weetje,

als ik terug kom neem ik iets voor jullie mee,

en dan ben ik heel blij, want ook ik mis jullie daar wel een beetje…

 

De volgende ochtend zwaaien Poes en Wieb Uk gedag.

Uk ziet het niet, maar zwaait toch ook.

“Waar zwaai je toch naar,” vragen pap en mam. “Ach,”

zegt Uk, “ik zwaai naar alle dieren, ik zal ze missen.”

Uk lijkt een beetje van de kook.

“Kom op, we hebben vakantie! Het is maar een weekje,

heerlijk naar onze camping aan zee, in de tent naast dat beekje…

Oom Heiko, zorgt heel goed voor alle dieren op de boerderij,

Ben je nu weer een beetje blij?”

 

Natuurlijk is Uk ook blij

en vanuit het achterraam van de auto zwaait hij nog lang naar de boerderij.

“Dag Wieb en Poes,” zegt hij zacht, “tot gauw, ik wou dat jullie mee konden gaan,

ik ben gauw weer terug, denk daar maar aan..

Oom Heiko zal goed voor jullie zorgen,

tot over-, over-, over- en dan nog overmorgen!”

 

Wieb en Poes kijken Uk in de auto na, die aan de horizon verdwijnt,

een stipje nog maar en daarna niets meer te zien..

Wieb is toch ook een beetje blij, het is mooi weer en het zonnetje schijnt

én nu kan hij lekker buiten spelen bovendien!

Verstoppen hoeft even niet en lachend rolt Wieb zich in het groen.

“Kom Poes, we gaan fijn samen iets spannends doen!” **

Ze spelen buiten tot laat in de avond en Wieb zegt; “Zullen we ook buiten slapen?”

Samen kruipen ze onder een deken en vallen in slaap, al luisterend naar de schapen….

 

Einde

 

** Wieb heeft zich verstopt, kunnen jullie hem vinden?