Die vreemde meneer Das

11-10-2015 13:57

Die vreemde meneer Das

 

Lotje en Tim stonden met hun neus tegen het etalageraam van de dierenwinkel gedrukt. "Wat een lieve puppies hè?" zuchtte Tim. "Oh, moet je die daar zien!" Lotje wees naar een hondje. "Zullen we even binnen gaan kijken?" zei ze. Tim twijfelde. Meneer Das van de dierenwinkel was niet altijd even aardig. Zeker niet als kinderen zomaar kwamen kijken in de winkel en niets kochten. Dan keek hij je altijd aan met die kleine, venijnige oogjes. Hij bleef kijken, net zo lang totdat je naar buiten ging. "Okay." Zuchtend sjokte Tim achter Lotje aan. Lotje ging als eerste de dierenwinkel binnen. De winkelbel rinkelde. Meneer Das stond achter de toonbank. "Zo, wie hebben we daar, kan ik jullie helpen?" vroeg meneer Das. Tim wist nou niet of meneer Das meneer Das heette omdat hij van die kleine, venijnige dassenoogjes had of omdat hij altijd keurig netjes een strikdasje droeg. "Eh, we willen alleen even kijken," zei Lotje zacht. "Ja, we willen alleen maar even kijken," voegde Tim eraan toe. "Zo, nou je boft, ik ben in een goede bui vandaag," zei meneer Das. "Jullie mogen kijken, maar alleen met je oogjes en niet met je handjes, gesnopen?" Lotje en Tim knikten van ja en liepen snel de toonbank voorbij. 

 

Achter in de winkel waren de aquaria met allemaal mooie gekleurde visjes. Hier konden ze uren blijven kijken. Daarnaast was de afdeling knaagdieren. Cavia's, ratjes, muizen, hamsters en konijnen had meneer Das in de winkel. Lotje en Tim stonden even stil bij de kooitjes van de hamsters. "Leuke diertjes hè," zei Tim. "Ja," zei Lotje, "en ook zo slim." Verderop was ook nog een volière met parkietjes. Er waren, gele, groene en blauwe parkietjes en ze kwetterden en vlogen allemaal door elkaar. Op een stok midden in de winkel zat een papegaai. Hij vond blijkbaar dat de parkietjes te luidruchtig waren, gaf een schreeuw en fladderde daarbij met zijn vleugels. Tim en Lotje stonden stokstijf van de schrik. Ook de parkietjes waren een moment stil, maar gingen daarna weer gewoon verder met hun gekwetter. "Stilte!" krijste de papegaai. "Iedereen stil!" Meneer Das liep naar de papegaai. "Poele poele poele," zei hij tegen het beest en kriebelde hem op de rug. Tim en Lotje keken elkaar aan. Tim trok zijn wenkbrauwen op en Lotje mompelde: "Nou, hij heeft wel een heel goede bui vandaag zeg!" Ze liepen de toonbank voorbij naar de andere kant van de winkel. Toen zag Tim het schaaltje staan... Het schaaltje met de snoepjes. Er stond een kaartje bij. "AFBLIJVEN" stond er met grote letters op. Tim stootte Lotje aan en wees naar het schaaltje. "Wat raar," fluisterde Lotje. "Wie zet hier nou een schaaltje met snoepjes neer met een kaartje erbij dat je er moet afblijven?" Ze keken om zich heen. Er was verder niemand in de winkel. Meneer Das stond bij zijn papegaai. Zouden ze? Zouden ze toch stiekem een snoepje pakken? Langzaam liepen ze samen naar de toonbank. Meneer Das had nog steeds niets in de gaten. Allebei pakten ze nu een snoepje. "Lekker puh" stond er op. Het waren van die snoephartjes, je weet wel. Meneer Das draaide zich om. Snel stopten Tim en Lotje het snoepje in hun mond. "Zo...," meneer Das liep op Tim en Lotje af, "dus niet alleen met je oogjes gekeken hè!" Tim en Lotje keken elkaar verschrikt aan. "Nou, je zult het gauw genoeg merken," meneer Das ging achter zijn toonbank staan. Wat bedoelde hij daarmee? Lotje werd een beetje duizelig. Tim wilde iets zeggen, maar hoorde zichzelf alleen maar piepen. Even later hoorden ze meneer Das zeggen, "zo, ik zet jullie even hier neer" en toen werd het donker. 

 

"Waar zijn we," vroeg Lotje angstig aan Tim. "Volgens mij hebben we straf gekregen van meneer Das," zei Tim terug. "Zeker om dat ene snoepje." Lotje moest bijna huilen. "Hij heeft ons vast opgesloten in de kast. Laten we op de deur bonzen, misschien hoort iemand in de winkel ons." Tim begon tegen de deur te schoppen. Opeens werd het licht. Ze zagen het gezicht van meneer Das boven zich. "Stil zijn," zei hij tegen ze. Bibberend kropen Tim en Lotje in een hoekje. Ze voelden dat ze werden opgetild. "Zo, daar," hoorden ze meneer Das praten, "gaan jullie maar lekker eten. Tot morgen." Het licht ging uit, de winkeldeur ging open en dicht en toen werd het stil in de dierenwinkel, muisstil.

 

"He, kijk eens jongens, nieuwe muizen!" Tim en Lotje zagen allemaal grote muizen om hen heen staan. Toen keken ze naar elkaar.. Lotje barstte in huilen uit en Tim gaf een harde piep! Ze waren veranderd in muizen! Tim keek de andere muizen aan. "Zzzijn jullie ook veranderd in muizen, net zoals wij?" De muizen knikten allemaal. "Meneer Das heeft zo'n hekel aan kinderen, dat hij probeert om op deze manier van ons af te komen." "Maar," ging de oudste muis verder, "jullie hebben nog één kans. Eén kans om terug te veranderen in mensen. Jullie moeten binnen vierentwintig uur nog zo'n snoepje eten." "Ooh, is dat alles," schepte Tim op. "Ja, dat is alles," zei de oude muis, "maar pas op, er loopt 's nachts een grote kater in de winkel." Lotje bibberde van angst. "We zullen jullie helpen," zei de oude muis, "maar dan moeten jullie iets beloven." "Wat dan?" vroegen Lotje en Tim. "Jullie moeten zorgen dat er een andere eigenaar in de dierenwinkel komt." "Dat gaan we zeker proberen," zei Tim stoer. "Maar eerst moeten we weer kinderen worden, anders kunnen we niets tegen meneer Das beginnen." De muizen vergaderden en na een poosje vertelden ze Tim en Lotje het plan. Ze wilden de volière open knagen, zodat de kater achter de parkieten aan zou gaan. Tim en Lotje zouden dan, zonder dat de kater het merkte, naar de snoepjes op de toonbank kunnen rennen. Tim en Lotje vonden het een goed plan. "Zijn jullie wel voorzichtig," zei Lotje nog, maar de muizen waren al weg.

 

Ze lieten het deurtje op een kier staan zodat Lotje en Tim ook het muizenhok uit konden. Het duurde niet lang of er brak een hels lawaai los in de dierenwinkel. Tim en Lotje zagen de parkietjes overal vliegen. "Nu!," zei Tim. Lotje en Tim klommen het muizenhok uit naar beneden en renden door de winkel richting de toonbank. Ze waren er bijna, toen opeens Tim een mep kreeg van de poot van, jawel, de kater! Hij vloog met een salto door de lucht, maar viel gelukkig op een stapel met pakken zaagsel voor knaagdieren. Lotje kroop onder de toonbank en zag de twee grote, gele, boze ogen van de kater naar haar staren. Ze kon zich niet bewegen van angst en de adem stokte haar in de keel. Langzaam liep de kater voor de toonbank heen en weer en maaide met zijn poten beurtelings naar Lotje. Angstig keek Tim vanaf de pakken met zaagsel toe. Van de herrie was ook de papegaai wakker geworden. Hij zat rustig te kijken wat er aan de hand was en wilde Tim en Lotje helpen. Hij vloog van zijn paal al schreeuwend op de kater af en dreef hem in een hoek. Tim en Lotje maakten van de gelegenheid gebruik om nu snel op de toonbank te klimmen. Ze renden zo snel als ze konden op de snoepjes af. Samen knabbelden ze ieder aan een eigen hartje. Ze werden draaierig, misselijk en zweverig tegelijk en na een paar tellen zaten ze als de gewone Tim en Lotje, boven op de toonbank. Huilend en lachend vielen ze elkaar in de armen. Ze bespraken wat nu verder te doen. De deur zat op slot en het was al bijna openingstijd. Meneer Das zou nu wel snel komen. Ze bedachten een plan en verstopten zich achter de toonbank.

 

De winkeldeur werd van het slot gedraaid. Daar was meneer Das. Fluitend liep hij de winkel binnen. "Zo," hoorden Lotje en Tim hem zeggen, "eens kijken hoe het met mijn twee jongste muisjes gaat." Hij liep op het muizenhok af. De muisjes lagen nog allemaal op elkaar te slapen, zo leek het. Ik kijk straks nog wel een keer, bedacht meneer Das zich. Hij draaide zich om en zag toen de volière. Hé, dacht hij, waar zijn al die parkieten gebleven? Hij ging vlak voor de grote vogelkooi staan en stak zijn hoofd door het gat in het gaas. Hij keek goed in het rond, neen, geen parkietjes. Wat gek, hoe zou dat gat daar nou toch komen? Op hetzelfde moment voelde hij een touwtje om zijn nek en kon hij zijn hoofd niet meer terugtrekken uit het gat. Hij zag dat Tim de volière binnenstapte en keek hem aan met zijn kleine venijnige oogjes. "Wat heeft dit te betekenen? Laat me onmiddellijk los! Jij, jij, klein ettertje!" Meneer Das zijn hoofd werd rood van kwaadheid. Lotje knikte naar de papegaai en deze beet meneer Das flink in zijn bil. Toen meneer Das "au" schreeuwde, deed Tim een "lekker puh" hartje in zijn mond. Van schrik slikte meneer Das het hartje meteen door. Voor de ogen van Tim en Lotje veranderde meneer Das in een, hoe kan het ook anders, een ietwat kleine, venijnige das. Piepend van kwaadheid liep meneer Das in de winkel heen en weer. Lotje en Tim konden hem na veel moeite vangen en zette hem in een kooitje in de winkel. Ze zetten er meteen een bordje "te koop" bij. De winkel werd netjes opgeruimd. Het was nog een hele klus om de parkietjes, die weer terug moesten in de gerepareerde volière, te vangen, maar dat lukte wonder boven wonder.

 

Nadat Tim met verdraaide stem naar het hoofdkantoor van de dierenwinkel had gebeld kwam er al gauw een vervanger voor meneer Das. Meneer Das was met 'onbekende bestemming' vertrokken, zo had Tim door de telefoon gezegd en had toen de hoorn neergelegd. De directeur kwam de zaak hoogstpersoonlijk opnemen en stelde nog diezelfde dag een andere winkelbediende aan. Meneer Das is tot op de dag van vandaag niet verkocht,
omdat hij bijt....  De muizen uit de dierenwinkel hebben Tim en Lotje mee naar huis genomen. Ze wonen nu in een mooi, groot muizenhuis en hebben veel plezier. En Tim en Lotje? Tim en Lotje helpen zo nu en dan een handje mee in de dierenwinkel, bij die aardige nieuwe meneer..

 

Einde