De sprinkhaan en de duizendpoot

01-10-2015 19:21

 

De Sprinkhaan en de Duizendpoot

 

“Ruim baan, ruim baan,

want IK kom eraan!” riep Sprinkhaan.

“Ik moet naar het insectenbal onder de Plataan.”

“Opzij, opzij, want IK kom voorbij!”

 

“Ik ook,” zei Duizendpoot,

“O, wat ben jij groot.”

“Ja,” zei Sprinkhaan, “en superrrrrsnel,

kijk maar, zie je wel?!”

Hij sprong wat omhoog en heen en weer.

Duizendpoot zei helemaal niets meer,

maar daar begon Sprinkhaan weer:

“Ik ben sneller dan jij!”

“Wedden? Doe je een wedstrijdje met mij?”

 

“Ha!’ schampte Duizendpoot. “Ik een wedstrijd?”

“Met jou?”

“Wat is dat zielig nou!”

“Je ziet toch dat ik heel veel voeten heb, ik ben een duizendpoot,

het zou wel heel raar zijn als ik niet sneller dan jij loop!”

“Al spring je nog zo snel,

één ding weet ik wel,

ik ben veel sneller dan jou,

al gebruik ik een springtouw,

of loop ik achteruit,

schei nou toch uit!”

 

Sprinkhaan werd ongeduldig,

en Duizendpoot zei heel onschuldig:

“Laat maar zien wat je kan,

zullen we maar aftellen dan?”

“3, 2, 1” en hop!

 

Sprinkhaan sprong er snel vandoor.

Duizendpoot bleef staan, wat een domoor!

Of toch niet?

Sprinkhaan voelde zich een hele piet.

Duizendpoot zag hij nergens meer

en hij rende zo snel als een speer….

“Ik ga dit winnen, ik ga dit winnen,

Duizendpoot liep gewoon te verzinnen.”

 

In de verte zag Sprinkhaan de plataan al staan.

“Ruim baan, ruim baan, hier kom IK aan,

zie mij eens gaan,

hier komt supersnelle sprinkhaan aan!”

 

Maar wat zag Sprinkhaan daar?

Duizendpoot was er al?

Dat was vreemd en raar..

Sprinkhaan kreeg bijna een toeval.

Hij zei tegen Duizendpoot: “Zo je bent er al?”

“Hoe kan dat nou!”

 

“Ja,” zei Duizendpoot, “ik had toch gezegd dat ik hier zijn zou!”

Sprinkhaan hijgde, “ik geloof je niet,

ik ben sneller dan een meteoriet!”

“Nou,” zei Duizendpoot, “laten we dan eens racen,

dan is het voor eens en altijd bewezen,

dat ik sneller ben!”

Sprinkhaan telde weer af: “3, 2, 1 en REN!”

 

Sprinkhaan sprong zo snel als hij kon,

weer terug naar waar hij begon.

Maar wat zag hij daar?

Duizendpoot was er al!

Dat was vreemd en raar…

 

Sprinkhaan hijgde: “Je bent er al, hoe kan dat nou?”

“Ja”,  zei Duizendpoot: “Ik zei toch al dat ik sneller zijn zou!”

“Ik geef het op,” zei Sprinkhaan.

“Nu moet ik nog weer eens teruggaan!’

“Ik ben nu wel heel erg moe…”

“Ik geef het maar toe,

je hebt gewonnen Duizendpoot”

“En ik? Ik ben een malloot….”

 

Duizendpoot zei: “Dag Sprinkhaan,

“ik moet nu echt gaan,

want daar, onder de Plataan,

zie ik mijn broertje al staan.”

“Ik zal hem de groeten van je doen,

van de spring-kampioen!”

 

Sprinkhaan begreep, dat hij in het ootje was genomen

en wilde zich voorlopig niet meer vertonen.

“Ach, kom op nou!” zei Duizendpoot,

“doe niet zo flauw,

ga maar gewoon mee,

alleen zijn, is nu geen goed idee…”

En zo werd het toch nog een leuk feest,

al was Duizendpoot wel een plaaggeest….

 

Einde!